08-07-08

Webknipsel: Tekkel agressiefste hond

Heel lang geleden toen Oma mij nog naar school bracht, passeerden wij elke dag een straat waar een tekkel woonde. Of liever, een pijphond, zoals de beestjes in ons dialect genoemd worden. Het was dat, en niet het nochtans behoorlijk gevaarlijke kruispunt even verderop, wat het moeilijkste punt van heel de tocht vormde. Het beest was namelijk vreselijk agressief. Oma had er schrik van. Met recht en rede want ze was enkele keren door de "sossies op pootjes" (nog zo'n locale benaming) in de benen gebeten. Het verbaasde me dan ook niets toen ik volgend artikel in mijn rss-feedreader vond:

 

Onbetwiste koploper is de tekkel of 'worstenhond', want niet minder dan 1 op de 5 exemplaren van dit ras heeft ooit een voorbijganger gebeten of getracht te bijten.
 blog it

Nu was die pijphond niet de enige onschuldig uitziende maar onverwachts gevaarlijke hond in de buurt. Later, toen ik alleen naar school ging, volgde ik een andere route. Veiliger dankzij de aanwezigheid van rode lichten bij het kruisen van de gevaarlijke grote baan. Maar op dit traject bevond zich ook de woonplaats van "de Lassie". Die boezemde mij minstens evenveel angst in als "de Pijphond". Zozeer dat ik ze beide niet anders kan omschrijven dan met lidwoord en hoofdletter. Wat het beest mij ooit misdaan heeft, weet ik niet meer, maar ter hoogte van "de Lassie" stak ik altijd toch even de straat over.

Tja, jullie weten het, ik zal nooit een hondenfanaat worden. Hoewel ik toch een aantal lieve en leuke honden heb leren kennen.

07:57 Gepost door Schaduw Zijde in Herinneringen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herinneringen, honden, webknipsel, tekkels, collies |  Facebook |

28-02-08

Armoede

Las in Humo een artikel over armoede. Een opmerking viel me op. De auteur heeft het over een gezin dat hij/zij gevolgd heeft in het kader van dit artikel. "Er is maar een toilet voor 8 personen", schrijft-ie en verhaalt dan verder dat de vader van het gezin zegt dat wie moet gaan "drukken" dat moet zeggen.

Deed me denken aan vroeger thuis. Ons gezin woonde in het kleine arbeidershuisje, waar ik nu terug mijn intrek heb genomen. Er is inderdaad maar een wc. Als alleen mijn grootouders en ik thuis waren, ging dat nog. Maar ik had die 5 halfbroers en -zussen en die liepen daar ook regelmatig rond. Dan was het inderdaad wel gebruikelijk om aan te kondigen dat je naar de wc ging. Vooral als ik degene was die ging. Ik ging immers met een stapel Sussen en Wissen onder mijn arm naar het kleinste kamertje en bleef daar dan geruime tijd zitten lezen. Dus als ik mijn vertrek aankondigde was er altijd wel iemand die zei, wacht, ik wil eerst nog effe gaan. Gij gaat nog het speen krijgen, zei Oma altijd als ik terugkwam. Ze heeft nog gelijk gekregen ook...

Het kan aan mij liggen, maar ik kan het hebben van "maar" een wc niet als een teken van armoede zien. Mij lijkt dat er in een doorsnee huis geen ruimte is voor meer dan een wc. Ok, het onze was echt wel een mini-huisje. Maar ik heb andere huizen gezien, die wat ruimer zijn maar waar toch ook maar een wv is. het lijkt me eerder iets van tijdsgeest. Vroeger was zoiets gewoon normaal. Maar blijkbaar is tegenwoordig een wc per verdieping de norm evenals meerdere lavabo's.  Het heeft zijn nut, dat erken ik. Maar om het ontbreken van meerdere wc's nu al als teken van armoede te gaan zien...

 

18:44 Gepost door Schaduw Zijde in Mijn gedacht | Permalink | Commentaren (4) | Tags: armoede, bedenkingen, wc s, herinneringen |  Facebook |

13-02-07

Huisdiernamen

Toen ik tijdens het opruimen toevallig enkele foto's in handen had van huisdieren uit mijn jeugd, zat ik wat te denken over hoe huisdieren zoal aan een naam geraken. Oma bijvoorbeeld was niet zo goed in het dopen van dieren. Als niemand ingreep, werkte ze met reeksen. Er waren de 2 Jackies, beiden Cocker Spaniels. En dan nog de twee Koko'snatuurlijk. Alle rosse katten heetten Rosse. Maar op dat vlak moet ik toegeven dat ik ze zelf ook allemaal Rossieros noem. Net zoals ik alle witte katten Wittiewit noem, en de zwarte Zwartiezwart, de zwartwitte Witjezwart of Zwartjewit, alnaargelang wat overweegt, en tenslotte de getijgerde noemd ik Tijgsertjes. Maar dat is meer een verzamelnaam. Van mij krijgt elke dier wel een individuele naam.

Oma dus niet. Er zijn twee katten geweest die Plucheke heetten. Al heette de tweede eigenlijk niet Pluche maar Bluts. Bluts was oorspronkelijk van Oudste Zus, en vooral dan van Peetneef. Ze werd gevonden op een boerderij door de toenmalige vriend van Zus. Die bracht haar mee, maar in plaats van ze in de koffer van zijn auto te stoppen (zoals ik dat trouwens destijds met mijn Snoesje heb gedaan) liet hij ze gewoon rondlopen in de auto. En jawel, het poesje kroop onder de rempedaal zodat hij niet kon remmen en zodat de auto botste. En daarom heette de kat daarna Bluts. Oma doopte ze om tot Pluche, omdat ze er - net als de vorige Pluche - inderdaad erg pluchig uitzag. Een schitterende kat trouwens, Bluts-Pluche, veel te vroeg gestorven aan nierproblemen, en ook eentje waar ik zelfs nu, jaren later, nog regelmatig met verdriet aan terugdenk. Ikzelf noemde haar Kleine Ploes, wat een klankassociatie was met Pluche (wordt in ons dialect immers uitgesproken als Ploesj).  Ikzelf heb namelijk iets met klankassociaties en klankspelletjes bijdierenbenamingen.

Er was een kat Mollie, en dan - bijna hetzelfde - een Bollie, die ondertussen al vele jaren bij mij woont. Mollie dat was een naam van Moeder, want de kat in kwestie kwam van bij haar. Een foutje, want het was een mannetje, en geen vrouwtje, zoals je aan de naam zou kunnen denken. Blijkbaar had Moeder niet goed naar oma's lessen rond het sexen van katten geluisterd. Ik wel. Het was altijd het eerste wat we deden als er kittensgeboren werden: staartjes omhoog en kijken wat het was. Ik was goede leerling, ik heb me nog nooit vergist. Bollie doet helaas zijn naam geen eer aan, het is van mijn 4 katten degene die absoluut het minst aan iets bolvormigs doet denken. Integendlee, iedereen denkt dat hij ondervoed is, als ze hem zien. Dat is nochtans niet het geval, hij is gewoonextreem tenger van bouw. Voor de rest staat zijn buikje even rond als dat van de anderen. Alleen is dat bij de anderen niet het enige dat bol staat...

Sommige katten werden naar merken kattenvoer vernoemd: Zo hadden we een Friskie en een Felix,... Al een geluk, een Whiskas of Kittekat hebben we nooit gehad. En dan nog liever Oma met haar merken dan haar Russische vriendin. Die noemde al haar katten, zonder een uitzondering Spoetnik. Het heeft lange tijd geduurd voor ik als kind doorhad dat de raket voor de kat kwam en niet omgekeerd... 

In later jaren werd het bij Oma nog erger met de naamgeving. Toen ik 2 jaar geleden na oma's dood haar katten overnam, heb ik bij de dierenarts goed moeten nadenken voor ik kon uitleggen welke kat nu juist de welke was. Er zat een Poepoes, een Poessie en een Poepie in zijn computer, tot overmaat van ramp waren ook alledrie zwart van kleur. Al een geluk dat ik ze toch nog uit elkaar kende. Poepie, nu Poeketijn, lijkt overigens zowel quauiterlijk als van karakters op Poessie.

Toch hadden sommige dieren wel een unieke naam. Tenminste voor zover ik het weet, want er zijn natuurlijk ook al dieren in huis geweest voor ik geboren werd. Mieke de Gans, dat had iets te maken met Brussels versje of liedje over ene Mieke Pijpenkop, herinner ik me. Waar de rest van de namen, voor zover ik me ze nog herinner vandaan kwamen, weet ik niet meer. Er was een hond die Teddie heette. Bij de katten herinner ik me een Fluppie, maar vooral Mirza. Dat vind ik nog altijd een zeer mooie naam voor een poes. De Mirza in kwestie was een lapjeskat, lange tijd de stammoeder van onze katten. Dat was in de tijd dat Oma nog niet aan geboortepreventie deed. Op een gegeven moment hadden we echter, na het zoveelste nestje 12 katten in huis. Toen besloot ze dat de maat vol was. Sindsdien werden de katten wel 'geholpen'.

Af en toe mocht ik een dier een naam geven. De schildpad die vrienden van Moeder clandestien uit Marokko meebrachten was het eerste dier waarvan ik me herinner dat ik het een naam mocht toekennen. Ik doopte hem Schelp. De tweede schildpad noemde ik Hannibal. Ik had ooit eens ergens een verhaal gelezen over een Hannibal, de schildpad. Vandaar. Een tamelijk dikke cavia gaf ik de naam Kwabbe, vanwege zijn kwabben natuurlijk. Dan was er natuurlijk de hond Moustache, een draadharige Fox Terrier. Hoewel, dat was eengezamenlijke beslissing, waar we geen van beiden, noch Oma noch ik, lang over getwijfeld hebben. Als er nu een ding prominent is aan dat ras dan is het wel hun moustache.

Daarna heb ik moeten wachten tot mijn Snoesje in mijn leven kwam voor ik nog eens een dier mocht benoemen. Bij hem was het rap geklonken. Hij kreeg zijn naam omdat hij al na een halfuur op mijn schoot lag te spinnen dat het niet schoon was. Zo'n Snoezepoes :-) Bollie had dus al een naam. Poepie hernoemde ik eerst tot Poekie, en tenslotte totPoeketijn. En als laatste was er Caspertje, vernoemd naar 's werelds meest beroemde vondeling Kaspar Hauser. 

Ik moet wel zeggen dat mijn katten altijd vele namen dragen. Vanwege mijn reeds vermelde voorliefde voor klankspelletjes. Snoezie heet meestal Noenie, of Noenijn. Maar ook Minijn, Poenijn, Zoetemie, Kleine Mie, Kleine Soes, Nienie, Wiewie. Valt het u op dat het meestal een combinatie is van oe en ie? Geen echt toeval. Laten dat nu toevallig ook de klanken zijn die katten zelf het best verstaan. Geef uw kat een naam waarin een oe of een ie of beide voorkolmen en u verhoogt de kans dat ze komt als ze geroepen wordt. In de mate waarin katten het zich verwaardigt af te komen op uw geroep natuurlijk, want een kat komt uiteraard alleen maar als ze daar goesting in heeft ;-)

Bollie heet dan wel officieel nog steeds Bollie, maar ook Lollie, Lolliepos ofPoppelies (hij ligt graag op zijn rug in mijn armen) Bollielijn, Bollijn, Bolliesje,Lollielijn of Loliebol. Caspertje is het soort van kat dat wel komt als hij geroepen wordt. Ik moet er eerlijkheidshalve ook komt als ik een andere kat roep. Casper komt gewoon altijd, als er mensen aan te pas komen. Want mensen dat is aandacht en als er aandacht te krijgen valt, dan moet en zal hij daar zijn deel van hebben, en liefst nog het deel van een andere kat erbij ook. Vandaar of ik nu Caspertje roep, of Aspertje, Capril, Cazzepril, Pril of Prillie, maakt niet uit, hij reageert op alles ;-)

Alleen Poeketijn keeft niet veel alternatieve namen. Maar ja, Poeketijn is dan ook niet zo voor blijken van menselijke affectie. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ze koosnaampjes op prijs zou stellen. Dus als ze niet Poeketijn heet, heet ze Poekske of Poekie. Verder durf ik daarin niet te gaan.

Wel heb ik ook nog koosnaampjes voor een groep katten samen:  Poezijntjes, Poenijntjes, Poenienies, Poeneesjes, Weesjes, Vleesjes. Meestal laat ik zo'n naam, net als hun persoonlijke namen, voorafgaan door Kleine: Kleine Vleesjes bijvoorbeeld. Ik vind het nu eenmaal kleine lieve beestjes.

Och, ik zou het nog vergeten, tijdens mijn studentenjaren heb ik ook nog eens mogen helpen een kat een naam te geven. Het was de spierwitte en dove kat van mijn kotgenootje. We zijn toen op Mulisch uitgekomen, wat natuurlijk niet hoeft te verbazen bij tweestudenten Germaanse Filologie.

Nee, ik moet zeggen, alleen al om de vreugde van een naam te kunnen kiezen zou een mens een nieuw dier nemen. Ooit wil ik graag terug een vogel in huis. Maar er hangt daarnatuurlijk wel meer aan vast dan een naam geven alleen. Dus ik beperk me voorlopig toch maar tot mijn 4 Poezijnen. Daar heb ik al genoeg mee te stellen. 

12:45 Gepost door Schaduw Zijde in Herinneringen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: honden, huisdiernamen, herinneringen, katten |  Facebook |

23-11-06

Familiefoto's en -documenten

In het weekend heb ik de laatste doos met papieren van Oma doorgenomen. Enkele interessante vondsten gedaan, papieren die ik nog nooit gezien had. Bijvoorbeeld een briefje waarop het verloop van Opa's verblijf in Duitsland destijds staat opgetekend. Ik weet niet vanwaar het komt. Het is in het Duits en het handschrift is noch van Oma noch van Opa, nog van enig ander familielid dat ik ken. Er staat in welke plaatsen hij isgeweest, van wanneer tot wanner en of hij dan krijgsgevangen was of burger. Op deachterzijde staat ook nog een kleine stamboom tot op het niveau van Opa's grootouders. Ook de huwelijksdatum van Opa en Oma staat erbij. Allemaal zeer boeiend, voor mij toch want ik hou enorm van dat soort dingen.

Ik geef jullie graag wat kiekjes mee.

opa en oma rattaj1
opa en oma rattaj2
de_rattajs

De man op de eerste foto is mijn overgrootvader, Oma's vader, mijn Opa Rattaj. Het moet een heel bijzondere man geweest zijn. Zelf heb ik maar heel weinig en erg vageherinneringen aan hem, alhoewel ik toch al 10 was toen hij stierf. Mijn overgrootmoeder, die je ziet op de tweede foto, heb ik niet gekend. Zij stierf enkele maanden voor mijn geboorte. Daardoor voel ik me wel op een of andere manier met haar verbonden. Geboorte en dood kort na elkaar scheppen een band.

Op de derde foto staat zij opnieuw, omringd door haar kinderen. Op alle foto's die ik van haar heb gezien ziet zij eruit als het prototype van het Midden-Europese oudevrouwtje: streng kapsel, donkere kleding, verschillende lagen rokken en bloeses over elkaar als uienschillen. Ik moest aan haar denken toen ik de scéne in "DieBlechtrommel las" waarin de vader van Oskar zich onder de rokken van zijn moeder verstopt.

Rechts van haar op de foto staat Oma. Ze hebben dezelfde diepliggende ogen en zeer smalle, strenge mond.  Voor Oma staat  de jongste van het gezin, mijn Onkel Ewald. Er was nog wel een kindje na hem, een dochtertje. Maar die is heel jong gestorven. Over diens dood moet Oma zich erg schuldig gevoeld hebben. zij moest als oudste van de meisjes op dat kind letten, maar ze viel en het kind raakte te water, werd ziek en stierf. Misschien was het daarom dat ik geen straf kreeg toen ikzelf ooit thuiskwam met een druipnat Oudste Zusje. Die mocht mee toen ik samen met een vriendinnetje naar het park ging. Oudste Zus viel daar in een vijver, gelukkig de kleine, ondiepe en niet de grote diepe... Ik was zelf meer in paniek dan Oudste Zus, want ik dacht dat ik onder mijn voeten ging krijgen als nooit tevoren.

Aan Oma Rattajs linkerzijde staat mijn Onkel Hans, een zachte stille en zeerintelligente man die ik erg graag mocht, evenals zijn vrouw Tante Maria. En tenslotte Oma's zus, mijn Tante Hedel. Ik weet niet goed of ze op die foto al haar volwassen lengte heeft bereikt. In ieder geval, ze was nog kleiner dan Oma en die was met haar 1,50m al bepaald niet groot. iedere keer als ik haar zag, schrok ik er weer van. Dat iemand zo klein kan zijn. Nu ja, ze waren geen van allemaal erg groot, de Rattaj-kinderen. Maar ze zinn dan ook opgegroeid in een klein Tsjechisch plattelandsplaatsje midden in de jaren'30 van de vorige eeuw, een tijd waarin schraalhans koning was. Ze sliepen op strozakken en hadden hoogstens in het weekend vlees op hun bord. De kinderen werkten mee op het veld of borduurden mee roosjes op meubelbekleding en trokken 's morgens in alle vroegte naar het bos om bessen of paddestoelen te plukken. Een hard leven. Het is dus misschien niet eens zo verwonderlijk dat alle mensen op deze foto overleden zijn. Oma was met haar net geen 82 een uitzondering, haar Geschwister (typisch zo'n Duits woord, waar het Nederlands geen goed equivalent voor heeft) zijn allemaal veel jonger gestorven. Ze moet uit het hout van haar vader gesneden zijn, die was ook 80 toen hij stierf.

En dan nog twee foto's van mij.

ik_19672
ik12j1

Op de eerste foto ben ik net 1 jaar geworden. Het is een foto uit een reks voor een kalender van het jaar 1967, dus gemaakt eind 1966, vandaar dat ik redelijk zeker ben van de leeftijd. Mij valt het op dat ik zo vrolijk lach. Nu doe ik dat terug, maar op de verdere foto's uit mijn jeugd lach ik niet veel. Ik herinner me ook dat ik voor mijn 6 jaar wel gelukkig was, nadien niet meer. het heet geduurd tot ik volwassen was voor ik mijn lach teruggevonden heb.

Op de tweede foto was dat nog absoluut niet het geval. Nu mocht je voor dieschoolfoto's sowieso niet voluit lachen natuurlijk, maar voor mij maakte het niet veel verschil. Die droeve blik had ik gewoon altijd in mijn ogen. Hier was ik 12. ook dit kan ik met zekerheid dateren, want er werd bij diezelfde gelegenheid ook een klasfoto gemaakt, en dat is die van de 1ste Latijnse. Ik draag op die foto een overgooier die Oma zelf had gemaakt. Een van de stukken waar ik redelijk enthousiast over was, al was dat meer om de kleur dan om het model.

Het halskettinkje heb ik nog ergens liggen, heel goedkoop spul dat ik nu niet meer kan dragen zonder huidproblemen te krijgen. Maar ik kan dat niet wegdoen, ik was er toen erg aan gehecht, al weet ik absoluut niet meer waarom. Het was een hangertje met kleine bloemetjes met een hartje van blauw glas. Het was mijn hippietijd, met lange Indische jurken en lichte katoenen tuniekjes, allebei met veel borduurwerk en belletjes en zo. Een tijdlang parfumeerde ik mezelf met patchoulie tot ik zelf toch ook begon te vinden dat dat eigenlijk naar "verdoeft" stinkt ;-) Daarna ontdekte ik opium en muskus, geuren die ik nog steeds erg waardeer en die het erg goed doen op mijn huid.

Voor de rest ben ik weinig verander. Wie mij in het echte leven kent, zal bevestigen dat mijn kapsel nog steeds hetzelfde is. Al draag ik nu meestal een paardestaart, omdat zo'n massa haar anders sioms nog al warm is in de nek. En dat soort kleuren draag ik nog steeds. Zelfs bewust, zinds ik ooit eens een kleurenanalyse heb gekregen, waaruit bleek dat ik een typisch wintertype ben. En daar horen dat soort kleurtjes bij ;-)

27-09-06

Honden

Hondenbeten

Toen ik 9 was nam onze hond, een Cocker Spaniel met de naam Jackie, een flinke hap uit mijn neus. Zomaar. Opa had mij en de hond meegenomen met de vrachtwagen. Hij moest even weg en ik bleef in de vrachtwagen achter met de hond. Ik was gewoon de hond aan het strelen en plots viel hij me aan. Waarom? Geen flauw idee.

Vele jaren later vernamen we van de dierenarts dat het dier epilepsie had en dat dat wellicht zijn agressieve buien uitlokte. Ondertussen had hij ook al een aantal van mijn Broers en Zussen gebeten. Weliswaar minder ernstig dan de beet die ik kreeg. Onze andere hond beet hij ook regelmatig. Ik herinner me nog goed de angst die ik voelde telkens als er zo'n hondengevecht uitbarstte. Heel benauwend, is dat, zeker voor een jong kind, dat uiteindelijk nog niet zo heel veel groter is dan die honden zelf. Zeker als je zelf aleens de tanden van zo'n hond hebt gevoeld, in je eigen vlees. Angst ook om Oma, die ertussen moest komen om ze uit elkaar te halen.

Ik herinner me ook mijn wanhoop toen ik voor het eerst mijn geschonden aangezicht in de spiegel zag. In het ziekenhuis stelden ze al snel vast dat de wond te groot was om genaaid te kunnen worden. Gewoon zo laten, zei de arts. Onbegrijpelijk, vind ik dat, als ik er nu over nadenk. Hoe kan je er in godsnaam zelfs maar aan denken om een kind te laten opgroeien met een gat in zijn gezicht... Ik keek in de spiegel en ik begon radeloos te huilen. Gelukkig voor mij beslisten Oma en Opa er anders over. Een plastisch chirurg nam een lapje vlees van mijn dij en dichtte daarmee de wonde. Vandaag de dag zie je er zo goed als niks meer van. Alleen als je van dichtbij naar mijn gezicht kijkt. Af en toe is het litteken iets roder dan anders, dan valt het misschien iets meer op. 

Ik heb er wel angst voor honden aan overgehouden. Het zijn dieren die ik niet begrijp. Compleet onbereken- en onvoorspelbaar. Katten begrijp ik. Ze doen soms al wel eens iets waar ik niet zo direct een uitleg voor heb, maar echt onverstaanbaar, nee. Zelfs als ze ziek zijn of agressief. Aan een kat kan ik zien dat ze agressief gaat uitvallen. Bij een hond vrees ik er altijd voor want mijn ervaring heeft me geleerd dat je het bij een hond niet altijd ziet aankomen. Tenzij ik de hond echt goed ken en wéét dat het een braaf beest is. De honden van Oudste Zus bijvoorbeeld, of die van vriendin A., daar heb ik geen problemen mee. Die zijn weliswaar nogal ontstuimig in gezelschap, maar dat is uit pure vreugde. En toch, zelfs dan blijf ik voorzichtig.

Toeval of niet, ik heb die bewuste hond eigenlijk nooit echt 100% vertrouwd. Oudste Zus had hem gekozen, op de markt. Niet dat dat er iets mee te maken had. Aan het uiterlijk van de hond lag het ook niet. Hij zag er schattig uit, zoals alle puppies. Maar toch, er was iets mee dat mij niet aanstond. Misschien was het dat we voordien ook al een Cocker Spaniel, die trouwens ook al Jackie heette, hadden gehad. Die ook niet echt kindvriendelijk was. Noch hondvriendelijk. Nu, dat beest was vrij oud en had daardoor serieuze gezondheidsproblemen. Het zal allicht wel mee daaraan gelegen hebben dat de eerste Jackie een hond was, die je als kind maar beter uit de weg kon gaan. De tweede Jackie was zoals gezegd niet veel beter. In het artikel op Wikipedia staat dat slechts 1% van dit ras agressief is. Laat ik dan toevallig alleen exemplaren van dat ene percent gekend hebben, zeker? Sorry hoor, maar ik heb geleerd uiterst voorzichtig te zijn met Spaniels...

De volgende hond, een Fox Terrier, koos ik zelf. Opa was toen al overleden en ik studeerde nog. De tweede Jackie stierf en Oma wilde een andere hond. Een poedel stelde ze voor. Maar dat zag ik niet zitten. Moeder had ooit twee dwergpoedels, Peggy en Fanny.   Lieve beestjes, hoor, maar sorry, hoe zo'n beest eruit ziet... Of je nu een pluchen poedel neemt of een echte, veel verschil qua uiterlijk is dat niet. vooral als ze pas naar de kapperzijn geweest. Nee, op poedels heb ik het niet echt. Met mijn excuses als er liefhebbers onder mijn lezers zijn :-)

Op een dag gingen we dus naar een fokker. Poedels had die niet. Maar wel een draadharige Fox Terrier. Nu had ik al eens kennisgemaakt met dat ras. Een vriendin van tante die we soms samen met haar gingen opzoeken had er een, een gladharige. Die vond ik heel leuk. Zo zot als een achterdeur zodra er volk binnenkwam. Bij maakte bokkensprongen van makkelijk anderhalve meter  hoog. Ik haatte die uitstapjes naar tantes vriendin, maar die hond, die vond ik zalig.

En zo kwam Moustache (mijn bedenksel en ik vind het nog altijd een zeer toepasselijke naam voor dat ras) in ons gezin, de enige hond die ik echt graag gezien heb en waar ik echt verdriet van had toen hij stierf. De liefde was trouwens wederzijds: als puppy sliep hij doodgraag bij mij op schoot. Ook hij maakte hoge bokkensprongen. Maar zijnlievelingsspelletje was touwtrekken met een kapotte kous van Oma of mij. Foxjes laten niet rap los, als ze ergens hun tanden in hebben gezet, en je kon hem dus echt opheffen, terwijl hij aan zijn tanden aan die kous hing. Je kon hem rondzwieren als een carroussel. De enige van onze honden, trouwens, die graag katten had. Doodgraag zelfs. Hij ging er altijd bijliggen om gelikt te worden. Zelfs ons Poepoeske zag hem graag. het was trouwens door de manier waarop zij op hem reageerde dat we vermoeden dat ze ooit bij mensen met hond in huis moet geleefd hebben. Want een straatkat die kopjes geeft aan een hond, dat is toch niet echt normaal. Andere katten, moest ze niet, ons Poepoes, maar Moustache, daar had ze geen probleem mee.

Nee, ons Moustacheke, die had ik echt graag en die was wel te vertrouwen. Helaas is hij wel gestorven als een sukkelaar. Hij was allergisch aan vlooien. Maar met een viertal katten in huis plus Oma's voorliefde voor tapijten... Enfin, het beest had dus voortdurend een huidinfectie. van de jeuk beet hij zich en daar werd het natuurlijk ook niet betervan. Later werd hij dan ook nog blind. En dan nog zijn pootjes kramakkel en versleten.

Moustacheke was onze laatste hond. Oma's gezondheid liet het niet meer toe. Katten, dat is anders, daar heb je niet zo heel veel verzorging aan, behalve de kattenbak. En een papegaai, dat vergt ook niet zo heel veel werk. Maar een hond, daar moet mee gewandeld worden, dat moet gewassen worden, dat moet naar de kapper voor zijn haar en zijn nagels enz. Dus geen hond meer. Ook voor mij niet. Ik heb al moeite genoeg met de kattenbak. Anders zou ik gerust nog wel een tweede Moustacheke willen, maar het is te veel werk. Aan vogels zou ik me misschien ooit nog wel eens durven wagen. Maar een hond, nee, zelfs al is hij nog zo lief.

24-09-06

Slurp!

Vele jaren geleden, toen ik nog maar een klein Schaduwke was, bracht ik met Opa en Oma een bezoek aan het Safaripark De Beekse bergen. Tegen alle adviezen in, draaide Oma het venster op een klein kiertje. Nou ja, het was zomer en in een oververhitte auto heb je met 3 inzittenden al snel niet al te veel zuurstof meer. En wie had kunnen denken dat de gevaarlijkste dieren in het safaripark niet de leeuwen waren maar... de giraffen... Het was alleszins een giraffe die Oma de stuipen op het lijf jaagde en die er de oorzaak van was dat het venster stante pede dichtging. Giraffen, zo ontdekten we immers hebben een lange, maar vooral smalle tong. Die perfect geschikt was om door het vensterspleetje heen een poging te ondernemen om Oma een kusje te geven ;-))) En alhoewel Oma een groot hart had voor dieren, deze blijk van genegenheid stelde ze blijkbaar toch niet erg op prijs...

Bron

02:34 Gepost door Schaduw Zijde in Webknipsels | Permalink | Commentaren (1) | Tags: giraffe, herinneringen, safaripark, webknipsel, grappig, humor |  Facebook |

11-01-06

Geheime boodschap

In de eerste kinderkamer die ik me herinner hing een schap waarop mijn poppen zaten. In die tijd had mijn kamertje nog geen wand aan de kant van de trap, alleen een balustrade. Toen hadden we ook nog de oude trap die tamelijk steil recht omhoog ging. Daaronder bevond zich de trap naar de kelder, een lage naar vocht ruikende ruimte, in mijn verbeelding bevolkt door legioenen spinnen en andere vieze beestjes. Er waren maar twee dingen die me konden overhalen om de tocht naar de kelder te maken. Het ene was het kerststalletje, waar we echt stro inlegden. Van de konijnen die we toen ook nog hadden. De enige andere aantrekkingspool van de kelder was de oude weegschaal met gewichtjes, waar ikgraag mee speelde.

Ik zal zo'n zeven of acht jaar geweest zijn toen mijn grootouders een hele reeks werken uitvoerden. De gevaarlijke steile trap (waar Oudste Zus op de valreep nog afdonderde, waarbij ze - met het "geluk" dat haar altijd eigen is geweest - natuurlijk pal op een spijker terechtkwam) werd vervangen door een trap met een bocht. Beneden werd de muur tussen woon- en eetkamer verwijderd. Over het keldergat kwam een luik, zodat we voortaan gezegend waren met een verraderlijk gat midden in de kamer, waarlangs je later, toen het luik begon te rotten, voozichtig diende te manoeuvreren.

Boven werd mijn kamertje een echte kamer. Met vier muren en een deur, waarin je tenminste met een gerust hart kattekwaad kon uithalen zonder het permanente risico op betrapping dat je hebt in een kamer waar iedereen zomaar kan binnenlopen. Het schap waar mijn poppen op hadden gezeten kreeg een nieuwe bestemming. Het vormt sindsdien de onderkant van de nieuwe wand, aan de kant van de trap.

Dat ik dat zo precies weet, komt omdat ik op die plank, voor ze haar nieuwe bestemming kreeg, een boodschap had achtergelaten voor Oma. Of zij of Opa die ooit gezien hebben? Ik vermoed van niet. Aan mijn verzoek werd immers geen gehoor gegeven, maar dat kan aan Oma's onverzettelijkheid gelegen hebben. Bovendien, de boodschap staat op zijn kop. Die traphal heeft ook geen verlichting en blauwe balpen op donker gelakt hout, dat is iets voor mensen met goeie ogen. En ik heb Oma nooit gekend zonder haar twee brillen. Nee, ik denk dat mijnboodschap nooit gelezen is geweest door iemand anders dan ikzelf. Of het zou moeten zijn dat een van mijn Broers en zussen het ooit opgemerkt heeft.

Daarnet heb ik er een foto van proberen te maken. Wat niet makkelijk was: in de ene hand een zaklamp, want anders kon ik niet zien waarvan ik een foto moest maken, in de andere het fototoestel, met een vinger op het knopje en de rest om het vast te houden. Maar het is gelukt. Ik weet niet of jullie het kunnen ontcijferen? "Ik wil geen bloemen in de kamer" staat daar, nog in mijn schoolse handschrift. En "voor mémé", kwestie van dat het duidelijk was voor wie het eigenlijk bedoeld was.

Die bloemen, dat is altijd een strijdpunt geweest tussen Oma en mij. Eigenlijk was alles wat interieurinrichting betrof een strijdpunt. Meubels waren bij voorkeur donker van kleur. En als het aan oma lag werden de muren steevast behangen met behang met bloemenpatroon, liefst zo groot en schreeuwerig mogelijk dan nog. Ok, het waren de jaren '70 en dat was toen in. Maar waar het voor de rest van de wereld later uit ging, heeft zij altijd haar voorliefde bewaard. De enige afwijking van de regel die ik ooit, na veel smeken, heb kunnen bekomen was een behang met vogels in plaats van bloemen. Ik ben die laag nog tegengekomen toen ik daarboven het behang afhaalde. Toeval of niet, het was ongeveer dezelfde kleur blauw die ik nu in de keuken heb.

Ik herinner mij die meningsverschillen levendig. Maar dat ze zover teruggingen in de tijd, was ik vergeten. Ik wist nog wel dat er daar een boodschap op die plank stond, maar welke precies was me ontgaan. Achter alle verlegenheid en onzekerheid en het verdriet, was ik blijkbaar toch een kind dat al heel jong precies wist wat het wou. Geen bloemenbehang, wel lichte maar fleurige kleuren. En witte meubels. Want toen ik op mijn negende zelf een nieuwe kinderkamer mocht kiezen, ging ik voor wit. En dat ben ik tot op heden blijven doen.

Het is de helderheid en de tijdeloosheid van dat wit, wat me blijft aanspreken.Bovendien, je kan ze combineren met zeer levendige, zelfs uitgesproken felle kleuren. Omdat het wit die kleuren net voldoende afzwakt om leefbaar te blijven. Het roze van mijn veranda zou op zich niet te harden zijn, maar het witte meubilair neemt het scherpste ervan af en wat blijft is een atmosfeer waar ik zelfs op de duisterste ochtenden van het jaar nog vrolijk van word. Laat anderen er maar mee lachen en me voorspellen dat ik daar rap genoeg van zal krijgen. Met wat ik nu weet, zou ik er de volgende keer dat ik moet schilderen niet over aarzelen om heel de woonkamer in zo'n een fris en vrolijk, helder fuchsiaroze te zetten.

De enige niet-witte meubels hier in huis zullen die zijn, die ik heb geërfd van Oma. En die zullen gecombineerd worden met kleuren waar Oma nooit of nooit aan zou gedacht hebben. Toch denk ik dat ze, als ze zou kunnen zien wat ik van haar huis gemaakt heb, er best wel genoegen in zou hebben. Niet dat ze het expliciet zou toegegeven hebben.

Ik herinner me nog hoe ik die boodschap op die plank inkraste. Ik wist dat het Opa zou zijn die de boodschap zou vinden, want hij was natuurlijk degene die de wand maakte. Maar de boodschap was voor Oma bedoeld en ik vertrouwde erop dat hij die wel zou overbrengen. Zo ging het vaak. Als er iets was wat ik aan oma moest vragen maar ik durfde het niet, dan vroeg ik het aan Opa. Hij was het ook door wie ik mijn huiswerk of overhoringen liet tekenen als ik slechte punten had. Oma was veeleisend op dat vlak, toch voor mij: in mijn geval was elk cijfer onder de 90 slecht, heel slecht. Met een 85 of minder durfde ik haar bijgevolg echt niet onder ogen komen. Die zag alleen Opa. Of hij dat dan aan haar vertelde, heb ik eigenlijk nooit geweten. Ik heb er alleszins nooit iets over gehoord.

Het is leuk om te weten dat dit huis zo'n verborgen spoor van mijn kinderziel bewaard heeft. Al is het verbonden met de de angst die ik hier soms voelde, het diepe verdriet waarvan ik in die jaren doordrongen was. Zelfs dan is het fijn om te weten wie je geweest bent. Des te meer kan je waarderen wie je daarna geworden bent. Ik heb er jaren over gedaan om dat wat ik toen op die plank kraste zelf tegen Oma te durven zeggen. Maar ik heb het wel geleerd en nog veel meer. Ik heb nog altijd veel te leren op dat vlak, maar op zijn minst ben ik nu al niet meer zo onzeker dat ik om het even wie over me heen laat lopen. Het is dit soort dingen dat alle miserie, de geldzorgen die ik omwille van dit huis heb, goedmaakt.

12:43 Gepost door Schaduw Zijde in Herinneringen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: herinneringen, kindertijd |  Facebook |