16-02-15

Contrast

Er zijn van die dingen die je pas vele jaren later opvallen. Ik weet niet hoe ik erop kwam maar ik was aan het denken over het verschil in gedrag tussen mijn moeder en mijn grootmoeder. [*] Als ik kwaad was op mijn moeder en ik zei daar iets over tegen mijn Oma, dan was haar laatste woord altijd: ze is en blijft je moeder. Dat was haar standpunt: je kan kwaad op haar zijn, maar ze blijft je moeder.

Wat een contrast met wat die moeder zelf deed in eenzelfde situatie. Al wat mijn moeder in zo'n situatie deed, was proberen mij nog verder op te stoken tegen haar moeder. Ze probeerde in mij een medestander te vinden in haar haat tegenover haar moeder. En dat lukte niet. Want hoe boos ik ook was op mijn Oma, mij tegen haar opstoken, liet ik niet gebeuren. Want zij was wel degene die mij grootbracht en in mijn noden voorzag zo goed en zo kwaad als ze kon.

Mijn moeder is dit jaar 10 jaar dood. Mijn mening over haar is niet veranderd. Wat Oma me voorhield, heb ik nooit kunnen accepteren. Mijn moeder was niet mijn moeder: Oma was mijn moeder. Ik begrijp waarom ze dat zei en ik waardeer haar erom. Het is net zoals ouders na een scheiding nooit de andere ouder mogen zwart maken tegenover de kinderen. Oma deed dat niet, ze wist dat dat niet kon. Mijn moeder wist dat niet. Dat is het contrast.

Mijn Omaatje was geen heilige. Ook haar opvoedingsstijl heeft in mij zeer diepe wonden geslagen. Maar haar heb ik het kunnen vergeven omdat ik weet dat ze een goed mens was en dat ze niets dan goeds met mij voorhad. Mijn moeder was geen goed mens. Ze was ook geen slecht mens. Ze was ziek. Ze had een psychische afwijking die maakte dat ze de mensen om haar heen verschrikkelijke dingen aandeed. Ik kan dat vaststellen, ik heb het achter me gelaten, het bepaalt mijn leven niet meer. Maar vergeven kan ik het haar niet. Ik weet niet waarom.

Ik weet alleen dat ik nog steeds blij ben dat ze er niet meer is en dat ze niemand meer kan kwetsen. Nooit meer. Oma mis ik wel. Niet meer zo erg als in het begin, uiteraard. Maar er is nog zoveel dat ik graag met haar zou willen delen, dingen die ik haar zou willen laten zien, laten proeven, laten meemaken. Het enige wat ik met mijn moeder zou willen doen is haar naar een psychiater sturen, met mijn persoonlijke doorverwijsbrief erbij. Niet dat dat veel zou uitgehaald hebben, misschien hooguit de schade een klein beetje beperken.

Ik ben ook niet heilig. Het gros van de tijd denk ik gewoon: fuck haar, ze verdient geen vergiffenis, punt. Maar de vraag die mijn psychologe me ooit stelde blijft me achtervolgen. Ze zei: nu je dat beseft, dat je moeder eigenlijk psychisch ziek was en er dus niet echt iets aan kon doen, kan dat je niet helpen om het haar te vergeven. Het antwoord is nog steeds nee. Of stel ik misschien vergeven teveel op dezelfde lijn als vergeten? Ik weet het niet.

 

[*] Correctie: het feit dat ik op youtube afleveringen van Dr Phil aan het binge-kijken ben, zal er wel voor iets tussen zitten ;-)

05:49 Gepost door Schaduw Zijde in Dagboek, Familie, Schaduwen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-03-14

Zeer vreemd

Er is een nieuwe hype op Facebook: groepen gewijd aan een bepaalde gemeente. "Ge zijt van [vul stad naar keuze in] als ge" en dan mag eenieder die zich geroepen voelt  de zin aanvullen met wat hij/zij wil. Nostalgie in de hoogste graad. Heerlijk als je daarvan houdt ;-) Ik hou daarvan :-) Ik hou ook van de stad waarin ik al bijna 50 jaar woon. Ik ken ze van binnen en van buiten, en zie op veel plaatsen nog steeds wat er vroeger was, voor dat wat er nu is, er kwam. En voor dat soort herinneringen is dit soort groepen een schatkist. Ik ben er dus behoorlijk actief op, op de groep "Ge zijt van Vilvoorde als ge" :-)

Dat maakt dat je ook nieuwe mensen leert kennen, natuurlijk. Want Facebook is eigenlijk zo'n beetje als je stamcafé: je raakt soms al eens met iemand aan de klap. Zo raakte ik aan de babbel met iemand die nog in dezelfde straat als ik gewoond heeft. Nu liet die op een bepaald moment zijn vroegere huisnummer vallen. En die deed bij mij een belletje rinkelen. Of zeg maar gerust een klok.

Waarom? Wel... Eind vorig jaar kreeg ik een mailtje. Of ik geïnteresseerd was om mee te werken aan een boek dat zal gepubliceerd worden n.a.v. de herdenking van het feit dat het dit jaar 50 jaar geleden is dat België zijn grenzen openstelde voor ondermeer gastarbeiders uit Marokko. Mijn vader was een van hen. Hij was hier al meteen in 1964. De enige foto die ik van hem heb, is gedateerd: eind juli 1964. Hij staat er samen met mijn moeder en mijn grootouders op. Van mij was nog geen sprake, ik werd pas eind 1965 geboren.Maar de relatie was er al wel, dus ergens tussen februari en juli moet het koekenbak geweest zijn tussen die twee, om het met een volkse uitdrukking te zeggen.

Ik ben dus voor dat boek een stukje aan het schrijven over mijn vader. En daarom heb ik de weinige feitelijke info die ik over hem heb op mijn buro liggen: die foto en een kopie van mijn geboorteakte. Dat en wat ik onthouden heb uit wat vooral Oma en in veel mindere mate mijn moeder zelf mij over hem hebben verteld.

Hij woonde, volgens die geboorteakte, wat verderop in mijn straat. Ik ben er onlangs nog langsgereden om te checken welk huis het juist was. Dat had ik al jaren eerder kunnen doen, maar al wat met mijn vader te maken heeft, is altijd al erg pijnlijk voor mij geweest. Ik had waarschijnlijk meer over hem kunnen weten, had ik meer vragen gesteld. Maar wat zou ik dan meer geweten hebben. Hij is dood. Al wat ik over hem te weten kan komen is sowieso uit tweede hand en dus subjectief.

Zijn overlijden was een van de aanleidingen tot wat vermoedelijk de eerste depressie was, waarmee ik in mijn leven te kampen kreeg. Ik was amper zes en het woord depressie was toen onder het brede publiek niet echt een gangbaar begrip. Rouwverwerking ook niet. Maar ik rouwde wel en zeer diep. Mijn vaders dood is, denk ik, nog steeds een van de diepste wonden in mijn bestaan. Ik kende hem niet, die vader, was me op dat moment zelfs nauwelijks bewust van het feit dat ik een vader had, en uitgerekend het eerste moment waarop ik me daarvan bewust werd, was het moment waarop ik te horen kreeg dat hij overleden was en besefte ik dat ik hem dus ook nooit meer zou kunnen kennen. Dat is veel om te verwerken voor een kindje van zes. Te meer omdat het - maar daar ga ik nu niet verder op in - niet eens de enige sores was die ik toen aan mijn kleine hoofdje had.

Schrijven over mijn vader was iets wat ik eigenlijk allang wilde doen, dus toen de gelegenheid zich voordeed, greep ik die uiteraard met beide handen. Maar het valt me wel ontzettend zwaar. Eigenlijk was de deadline al enkele weken geleden. Kort ervoor viel ik stil. Ik zat nochtans al halfweg mijn verhaal, maar ik kon het niet meer opbrengen om ernaar te kijken. Zo gevoelig ligt het. Het is nochtans goed, het nadenken over het wenige wat ik weet, heeft me hier en daar tot nieuwe inzichten gebracht. Maar het is keuteren in het verleden en dat weegt emotioneel nogal door.

Omdat ik mezelf niet verder kon krijgen, en de deadline al verstreken was, had ik het eigenlijk zo min of meer opgegeven. En toen kwam er terug een mail. Dat we nog een maandje langer krijgen om eraan te werken. Dat zag ik wel zitten, op die termijn dacht ik dat het me wel zou lukken om verder te schrijven.

En dan vanavond beginnen beide verhaallijnen door elkaar te lopen. Ik zie het huisnummer van die vroeger straatgenoot op het scherm verschijnen. Ik denk, tiens, dat kan niet ver zijn van het huis waar mijn vader woonde. Ik pak mijn geboorteakte erbij en schrik me een bult: hetzelfde adres.

Hoe het afloopt, dat zal iets voor dat boek worden. Waar ik het hier vooral over wil hebben, is hoe vreemd dit alles is. Ik zie er de hand van gene zijde in. Iemand die er nu niet meer is, heeft van daarboven (of waar ze zich ook mogen bevinden) duwtjes gegeven. Is het een toeval dat ik uitgerekend met die persoon aan de babbel geraakte? Wel ja, rationeel gezien moet je dat toeval noemen. Maar hoe rationeel ik voor de rest ook mag zijn, in toeval geloof ik niet. Wat ik me wel kan voorstellen, levendig zelfs, is dat Oma nu aan gene zijde in haar vuistje aan het lachen is, over wat ze bekokstoofd heeft. Zij en Opa samen. En ik vind het niet erg, want die twee, die vertrouw ik volkomen, wat van die kant komt, kan alleen maar goed bedoeld zijn. Maar vreemd is het wel, echt wel héél erg vreemd, nee?

02:19 Gepost door Schaduw Zijde in Dagboek, Familie, Schaduwen, Vilvoorde, mijn stad | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-08-10

Oma

Wat ik niet zo leuk vond aan mijn uitstapje naar Diest, is dat het me terugbracht naar dat moment, zo'n 5 jaar geleden, dat mijn Moeder daar overleed. Ik weet nog hoe we daar toen buiten bij de spoedafdeling allemaal, verdwaasd en verslagen, op een kluitje stonden, mijn familie en ik. En hoe raar dat ene overlijden voor mij was, wat een door en door vreemd afscheid.

Dat ik het daar vandaag wat moeilijk mee had, komt mede doordat ik de afgelopen 2 weken mijn gedachten veel bij Oma zijn geweest. Ik ontdekte namelijk door bepaalde niet nader omschreven omstandigheden hoeveel Oma niet alleen voor mij, maar ook voor andere familieleden betekend heeft. En dat woelde veel herinneringen op.

En dan was er nog zondag die deelnemer aan de dodentocht die overleed. Aan een hartstilstand. Net als Oma. Iedere keer als ik dat woord hoor opduiken, gaan mijn gedachten nu eenmaal terug naar die avond. Dat staat echt in mijn geheugen gegrift, hoor. Ze was zo blij om mij te zien, die avond, want ik was later dan voorzien en ze dacht dat ik misschien niet zou komen. Ik had haar eerder die week eens gezegd dat ik zo moe was. Ja, ik volgde toen nog les aan de VUB en elke avond reed ik naar Gasthuisberg, om haar te bezoeken. Ik was echt kapot. En zij had gedaan, wat ze anders niet deed, ze had gezegd: ik weet het, meiske. Die plotse blijk van begrip raakte me enorm. Want de laatste jaren van haar leven was ze eigenlijk zo depressief dat ze niet altijd aandacht had voor mij en mijn problemen.

Dus zag ik ook hoeveel plezier het haar deed, dat ik - ondanks mijn vermoeidheid - toch ook die avond naar haar toe was gekomen. Ze begon meteen tegen mij te ratelen, mij allerlei opdrachte en bevelen te geven, zoals ze dat gewoon was. En dan, midden in een zin,  stopte haar leven. Ze begon heel raar te ademen, reutelend, en haar armen hield ze stijf langs zich. Ik schrok, omdat ik niet wist wat er gebeurde. Ik weet niet hoelang ik daar heb gezeten zonder een vin te verroeren, maar lang zal het zeker niet geweest zijn. Het leek alleen lang. Eén moment kan soms een eeuwigheid lijken te duren.

En dan sprong ik op en ging een verpleegster halen. En die kwam en toen moest ik naar buiten gaan terwijl een heel team haar probeerde te reanimeren. En toen ik aan de deur van haar kamer bleef drentelen, namen ze me mee naar een wachtzaaltje wat verder. En dan kwamen ze me zeggen dat ze al een halfuur bezig waren en dat ik me moest voorbereiden. En toen viel de bodem onder mijn voeten weg.

Ik heb in mijn leven al veel mensen weten overlijden, maar er is er geen dat ik zo bewust heb meegemaakt als dit. Dichterbij dan dit kan ook niet. Het is en blijft het ergste wat ik ooit heb meegemaakt maar tegelijk ook het meest troostgevende. Want bij iemand bij zijn, op het moment dat die sterft, dat is een van de mooiste dingen die je iemand kan geven. Ik ben blij dat ik haar dat heb kunnen geven, mijn Omaatje. Dat ik er was, dat ik er sterk genoeg voor was, dat zij mij had, dat ze niet alleen was.

Misschien is het dat alles wat mee heeft bijgedragen tot de futloosheid van de laatste paar weken. Dat en het regenweer. Het feit dat ik de herfst, mijn minst geliefde seizoen, met rasse schreden zie naderen. En ik denk dat ik mijn evenwicht, dat door mijn stage verstoord werd, nog niet hervonden heb.

03:41 Gepost door Schaduw Zijde in Familie, Herinneringen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-07-08

Neefje

Nou, ik ben blij dat ik thuis ben, eerlijk gezegd. Dat soort klamme plakkerige hitte verdraag ik absoluut niet. Meteen de ventilator opgezet, op volle kracht...

Deze middag kwam ik in de Aldi Jongste Broer tegen met zijn zoontje. Verbaast me dat ik ze daar nog niet eerder heb gezien, want ze wonen daar om de hoek. Maar meestal doe ik mijn boodschappen ook op vrijdag, dus het is misschien dat. Ach wat een schatje, dat kleine joch! Blond haar en blauwe ogen. En dat in onze familie... Ik heb al heel mijn leven een zwak voor blauwe ogen, juist omdat ze in mijn familie zo zeldzaam waren. alleen Opa had ze.

Maar mijn neefje heeft ze dus ook. Echt een mooi ventje, net als Nathan. Ze leken trouwens wel een beetje op elkaar. Nathan had alleen meer de guitige oogopslag van zijn vader, terwijl dit ventje de rustige aard van zijn papa heeft. Toen ik wegging, vroeg ik of ik een kusje kreeg. Hij kent dat nog niet, hoor, zei Broer. Nou, het weet misschien nog niet juist hoe het moet, maar bij het horen van het woordje "kus" stak hij mij toch direct zijn wangetjes toe :-) Smelt, smelt... Kan toch vreselijk lief zijn, hé, zo'n jong kindje.

19:24 Gepost door Schaduw Zijde in Familie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-06-08

Nathan

Vandaag hebben we afscheid genomen van Nathan. Het was een mooie plechtigheid. Zeer pakkend. Het valt niet mee om zo'n jong kindje te moeten laten gaan. Ik bewonder mijn broer en zijn vrouw om hun kracht en wens hen nog heel veel sterkte.

15:39 Gepost door Schaduw Zijde in Familie | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

23-04-08

Nathan

Zaterdag vernam ik dat mijn neefje Nathan, eerste kindje van Oudste Broer in Canada overleden is na een val van de trap bij de onthaalmoeder. Vreselijk, vreselijk, vreselijk nieuws. Ben er al dagenlang niet goed van. het ergste is dat de omstandigheden verdacht zijn. Ik hoop echt dat het een ongeluk was, want anders is het nog erger. Mijn gedachten gaan uit naar Oudste Broer en zijn vrouw want dit moet echt verschrikkelijk zijn om door te maken.

17:33 Gepost door Schaduw Zijde in Familie | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

03-01-07

Kraambezoek

Ik had het nieuwe neefje bijna gemist. Ik kwam de kersverse ouders tegen in de gang: ze gingen net naar huis. Het kraamverblijf is tegenwoordig blijkbaar zo kort dat je niet eens de kans krijgt om op bezoek te gaan! Amper 3 dagen. Ok, schoonzusje is nog erg jong, dus haar veerkracht zal nog wel goed zijn. Maar toch... Het ziet er in ieder geval een wolk van een baby uit. Hij is naar verluidt heel rustig en stil, maar dat zijn de ouders ook;-)

13:50 Gepost door Schaduw Zijde in Familie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dagboek, neefje, kraambezoek, familie |  Facebook |