02-03-14

Zeer vreemd

Er is een nieuwe hype op Facebook: groepen gewijd aan een bepaalde gemeente. "Ge zijt van [vul stad naar keuze in] als ge" en dan mag eenieder die zich geroepen voelt  de zin aanvullen met wat hij/zij wil. Nostalgie in de hoogste graad. Heerlijk als je daarvan houdt ;-) Ik hou daarvan :-) Ik hou ook van de stad waarin ik al bijna 50 jaar woon. Ik ken ze van binnen en van buiten, en zie op veel plaatsen nog steeds wat er vroeger was, voor dat wat er nu is, er kwam. En voor dat soort herinneringen is dit soort groepen een schatkist. Ik ben er dus behoorlijk actief op, op de groep "Ge zijt van Vilvoorde als ge" :-)

Dat maakt dat je ook nieuwe mensen leert kennen, natuurlijk. Want Facebook is eigenlijk zo'n beetje als je stamcafé: je raakt soms al eens met iemand aan de klap. Zo raakte ik aan de babbel met iemand die nog in dezelfde straat als ik gewoond heeft. Nu liet die op een bepaald moment zijn vroegere huisnummer vallen. En die deed bij mij een belletje rinkelen. Of zeg maar gerust een klok.

Waarom? Wel... Eind vorig jaar kreeg ik een mailtje. Of ik geïnteresseerd was om mee te werken aan een boek dat zal gepubliceerd worden n.a.v. de herdenking van het feit dat het dit jaar 50 jaar geleden is dat België zijn grenzen openstelde voor ondermeer gastarbeiders uit Marokko. Mijn vader was een van hen. Hij was hier al meteen in 1964. De enige foto die ik van hem heb, is gedateerd: eind juli 1964. Hij staat er samen met mijn moeder en mijn grootouders op. Van mij was nog geen sprake, ik werd pas eind 1965 geboren.Maar de relatie was er al wel, dus ergens tussen februari en juli moet het koekenbak geweest zijn tussen die twee, om het met een volkse uitdrukking te zeggen.

Ik ben dus voor dat boek een stukje aan het schrijven over mijn vader. En daarom heb ik de weinige feitelijke info die ik over hem heb op mijn buro liggen: die foto en een kopie van mijn geboorteakte. Dat en wat ik onthouden heb uit wat vooral Oma en in veel mindere mate mijn moeder zelf mij over hem hebben verteld.

Hij woonde, volgens die geboorteakte, wat verderop in mijn straat. Ik ben er onlangs nog langsgereden om te checken welk huis het juist was. Dat had ik al jaren eerder kunnen doen, maar al wat met mijn vader te maken heeft, is altijd al erg pijnlijk voor mij geweest. Ik had waarschijnlijk meer over hem kunnen weten, had ik meer vragen gesteld. Maar wat zou ik dan meer geweten hebben. Hij is dood. Al wat ik over hem te weten kan komen is sowieso uit tweede hand en dus subjectief.

Zijn overlijden was een van de aanleidingen tot wat vermoedelijk de eerste depressie was, waarmee ik in mijn leven te kampen kreeg. Ik was amper zes en het woord depressie was toen onder het brede publiek niet echt een gangbaar begrip. Rouwverwerking ook niet. Maar ik rouwde wel en zeer diep. Mijn vaders dood is, denk ik, nog steeds een van de diepste wonden in mijn bestaan. Ik kende hem niet, die vader, was me op dat moment zelfs nauwelijks bewust van het feit dat ik een vader had, en uitgerekend het eerste moment waarop ik me daarvan bewust werd, was het moment waarop ik te horen kreeg dat hij overleden was en besefte ik dat ik hem dus ook nooit meer zou kunnen kennen. Dat is veel om te verwerken voor een kindje van zes. Te meer omdat het - maar daar ga ik nu niet verder op in - niet eens de enige sores was die ik toen aan mijn kleine hoofdje had.

Schrijven over mijn vader was iets wat ik eigenlijk allang wilde doen, dus toen de gelegenheid zich voordeed, greep ik die uiteraard met beide handen. Maar het valt me wel ontzettend zwaar. Eigenlijk was de deadline al enkele weken geleden. Kort ervoor viel ik stil. Ik zat nochtans al halfweg mijn verhaal, maar ik kon het niet meer opbrengen om ernaar te kijken. Zo gevoelig ligt het. Het is nochtans goed, het nadenken over het wenige wat ik weet, heeft me hier en daar tot nieuwe inzichten gebracht. Maar het is keuteren in het verleden en dat weegt emotioneel nogal door.

Omdat ik mezelf niet verder kon krijgen, en de deadline al verstreken was, had ik het eigenlijk zo min of meer opgegeven. En toen kwam er terug een mail. Dat we nog een maandje langer krijgen om eraan te werken. Dat zag ik wel zitten, op die termijn dacht ik dat het me wel zou lukken om verder te schrijven.

En dan vanavond beginnen beide verhaallijnen door elkaar te lopen. Ik zie het huisnummer van die vroeger straatgenoot op het scherm verschijnen. Ik denk, tiens, dat kan niet ver zijn van het huis waar mijn vader woonde. Ik pak mijn geboorteakte erbij en schrik me een bult: hetzelfde adres.

Hoe het afloopt, dat zal iets voor dat boek worden. Waar ik het hier vooral over wil hebben, is hoe vreemd dit alles is. Ik zie er de hand van gene zijde in. Iemand die er nu niet meer is, heeft van daarboven (of waar ze zich ook mogen bevinden) duwtjes gegeven. Is het een toeval dat ik uitgerekend met die persoon aan de babbel geraakte? Wel ja, rationeel gezien moet je dat toeval noemen. Maar hoe rationeel ik voor de rest ook mag zijn, in toeval geloof ik niet. Wat ik me wel kan voorstellen, levendig zelfs, is dat Oma nu aan gene zijde in haar vuistje aan het lachen is, over wat ze bekokstoofd heeft. Zij en Opa samen. En ik vind het niet erg, want die twee, die vertrouw ik volkomen, wat van die kant komt, kan alleen maar goed bedoeld zijn. Maar vreemd is het wel, echt wel héél erg vreemd, nee?

02:19 Gepost door Schaduw Zijde in Dagboek, Familie, Schaduwen, Vilvoorde, mijn stad | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.