16-03-12

Complimentje

Toen ik 17 was, kreeg ik van een jongen uit mijn klas een complimentje. Hij zei dat ik een erg ontwapenende glimlach had. Daar was ik erg van onder de indruk, niet in het minst omdat het de eerste keer in mijn tienerjaren was dat er eens een jongen iets positiefs over mij zei. Ik heb daar toen diep over nagedacht en ben daarna die "ontwapenende" glimlach beginnen inzetten als "wapen". Probeer maar eens onvriendelijk te zijn tegen iemand die jou met een stralende en allervriendelijkste glimlach tegemoet treedt, was mijn redenering. En ik moet zeggen, het heeft meestal wel gewerkt.

Vandaag kreeg ik volkomen onverwacht opnieuw een dergelijk compliment. Van een dame op de bus. Ik had haar nog al wel eens gezien. De bus heeft zo zijn vaste cliënteel, merk je als je er regelmatig op zit. Ze was mij vooral opgevallen omdat ze altijd crocs draagt. Ook toen het flink koud was, zag ik haar daarmee.

Ze zat op de plek waar ik het liefst zit, twee bankjes van 2 zitplaatsen tegenover elkaar. Want dan kan ik mijn caddy naast mij zetten zonder 'm constant te hoeven vasthouden tegen het geschok. Maar omdat daar al iemand zat, ging op een van de klapstoeltjes naast de plek voor rolstoelers zitten. Ik heb op de bus graag ruimte om mijn benen wat te strekken, anders heb ik tegen dat ik de bus af moet weer pijn daardoor. En daar kon dat.

Het was weer zo'n chauffeur die ik niet graag heb: ferm optrekken - liefst voor de opgestapte passagiers goed en wel zitten - en dan ferm op de rem trappen bij elke hindernis. Ik ben zo al eens met caddy en al op een man zijn schoot terechtgekomen en dat is écht niet leuk. Bon, ik was me dus aan het schrap zetten en tegelijk mijn caddy in het bedwang aan het houden. En plots zie ik dat die dame naar mij kijkt. Ik glimlach, zij glimlacht terug. Even later kijkt ze weer, glumlacht weer, dus ook ik glimlach terug.

Ze, vroeg ze, wil je niet liever hier komen zitten tegenover mij. Euh ja, ok, zeg ik, maar ik wacht wel tot de bus effe ergens stilstaat. zal ik helpen, vroeg ze en ze hield zich al klaar om mij een arm te geven. Ik apprecieer zoiets wel, maar ik ben zo graag zelfstandig, hé. Ik voel me al invalide genoeg tegenwoordig als ik helemaal krom van de pijn over die ellendige scheve trottoirs in mijn straat kwakkel en er passeert net dan iemand. Je voelt en ziet hun medelijden en alhoewel ik dat langs de ene kant fijn vind, gruw ik er anderzijds toch ook van.

Enfin, uiteindelijk ben ik toch tot daar geraakt, met handtas en caddy en al. Bleek al heel snel dat die dame maar wat graag gezelschap had. Hoeveel ervan aan is, kan ik niet inschatten natuurlijk (en er leek me wel reden om een en ander toch met een korreltje zout te nemen), maar ze bleek zo wel een en ander meegemaakt te hebben en nog steeds mee te maken. Ik trek dat aan, zo'n mensen, ik weet dat. Het heeft waarschijnlijk ook wel met die glimlach te maken. Mensen storten gemakkelijk hun hart bij mij uit. Niet zelden onder de vorm van een soort emotionele wolkbreuk.

Van haar kreeg ik dus dat compliment. Dat ik zo'n ongelooflijk lieve en vriendelijke glimlach heb :-) Ze ging zo op in haar gesprek dat ze bijna haar halte miste. En dan nog moest ik eerst beloven dat ik een volgende keer zeker eens iets bij haar thuis zou komen drinken. Dat had ze in de loop van het gesprek al een paar keer voorgesteld. Mij gaat dat wat ver, zomaar op bezoek gaan bij een wildvreemde, dus ik probeerde me er zo beleefd mogelijk van af te maken. Ik mag dan al vriendelijk zijn, ik ben ook wel wantrouwig en als ik mensen leer kennen kijk ik liever eerst wat de kat uit de boom. Maar kom, ik weet een complimentje wel te waarderen en als ik iemand een plezier kan doen door hen mijn oor te lenen, wil ik dat best wel doen.

02:08 Gepost door Schaduw Zijde in Dagboek, Herinneringen, Lichtpuntjes | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.